Groen op medisch advies

Drie van de vier Nederlanders vinden dat artsen ‘natuur’ mogen voorschrijven als is aangetoond dat dit helpt bepaalde klachten te bestrijden. Dat blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van IVN Natuureducatie. IVN wijst erop dat Schotse artsen sinds 2018 van de zorgverzekeraars ‘een bezoek aan de natuur’ mogen voorschrijven. Huisartsen beschikken over een lijst met heilzame activiteiten – zoals strandjutten en vogels spotten – die ze hun patiënten kunnen meegeven.

(lees verder via https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/nieuwsartikel/arts-zou-natuur-mogen-voorschrijven.htm).

(bron: nieuwsbrief De groene stad, https://mailchi.mp/degroenestad/nieuwsbrief-the-green-city-eu-309793?e=7464cb630f)

Siebrand van der Ploeg

LNV wil meer groen in de stad

Ook in politiek Den Haag is het besef doorgedrongen dat meer groen in de steden noodzakelijk is. Naar aanleiding van de motie ‘Groen in de stad’ van Tweede Kamerlid Arne Weverling (VVD) heeft Minister Schouten (LNV) de Tweede Kamer voorstellen gestuurd voor meer natuur in steden. Haar boodschap is ons uit het hart gegrepen.

‘Het vergroenen van het stedelijk gebied levert een belangrijke bijdrage aan verschillende maatschappelijke en ruimtelijke opgaven die in de stad samen komen. Natuur in de stad brengt voordelen met zich mee op ecologisch, sociaal en economisch gebied. Het vermindert de gevolgen van klimaatverandering voor stedelingen, zoals wateroverlast en hittestress … Daarnaast gaan mensen in een groene omgeving eerder naar buiten, krijgen meer beweging en komen elkaar vaker tegen. Op die manier draagt het bij aan een betere gezondheid, meer sociale cohesie en een groter welzijn […].Mijn inzet richt zich op kennisontwikkeling, het verbinden van sleutelspelers, het stimuleren van koplopers en het verbinden van natuur met andere stedelijke opgaven (zoals klimaatadaptatie, leefbaarheid en woningbouw).’

(lees  de hele brief via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/09/05/kamerbrief-over-groen-in-de-stad)

Siebrand van der Ploeg

Hockeyvelden bedreigen de egels in het Roomburgerpark

Onderstaande brief stuurden Helias Udo de Haas en Rinny Kooi medio juni 2019 naar de Leidse fracties.

De brief

Egels zijn een van de leukste soorten dieren die we in de stad kunnen tegen komen. Het is ook een soort die in de Nederlandse Wet Natuurbescherming is opgenomen als beschermde diersoort.
We zien af en toe ook een egel in de wijk. Hun thuisbasis is met name het Roomburgerpark. Vandaar uit gaan ze de wijk in, en lopen wel een kilometer per nacht; in de voortplantingstijd kunnen mannetjes op zoek naar een vrouwtje wel een tocht van 3 km maken.
We zien egels vooral ook vaak als ze zijn doodgereden. Uit onderzoek van de Zoogdiervereniging blijkt dat dat steeds minder vaak het geval is. In de jaren 90 werden er 100 dode egels per 100 km verkeersweg gevonden, in 2009 waren dat er nog maar 48 per 100 km; daarbij werden steeds dezelfde trajecten gelopen. Dat lijkt op een gunstige ontwikkeling, maar het betekent juist dat er steeds minder egels rondlopen.
Egels eten vooral slakken, regenwormen, vlinders, rupsen en duizendpoten. Maar ze eten ook fruit, aas, eieren en kleine reptielen zoals kikkers en padden. Ze horen bij de insecteneters, maar in de praktijk zijn het dus in feite kleine roofdieren. Ze houden een winterslaap in een met bladeren bekleed hol, bij voorbeeld in een composthoop. En ook maken ze een nest dat verborgen is in een hoop takken of tussen de bladeren. Daarin komen er gemiddeld vier jongen.
Wat zouden de gevolgen zijn van nieuwe hockeyvelden in Roomburgerpark? Minder gras en meer plastic betekent dat er minder voedsel voor de egels beschikbaar zal zijn. Het verdere park zal met alle verbeterplannen zonder twijfel meer worden aangeharkt dan nu het geval is. En dat betekent minder plaats voor egels om hun nesten te maken, en minder plaatsen om veilig te overwinteren
Ons pleidooi is dan ook: behoud het park in zijn huidige vorm als thuisbasis voor de egel!

Helias A. Udo de Haes, bioloog
Rinny E. Kooi, bioloog

Eikenprocessierupsen in het Roomburgerpark

In de houtwal langs de kanaalweg staan enkele eiken. Die bomen zijn geïnfecteerd met de eikenprocessierups. De bomen staan op een aantal meters afstand van het voetpad. Er snel langslopen kan maar het is niet verstandig de honden daar los te laten.

Het park is een goede omgeving om de rupsen niet te bestrijden. We moeten hopen dat na een aantal jaren deze rupsenplaag afneemt. Dergelijke processen met organismen die ons land binnen komen gebeuren vaker.

Dat afnemen kan gebeuren doordat er belagers verschijnen. Een optie is de toename van vogels, b.v. koolmezen. Maar vaak verschijnen na verloop van tijd ook speciale, heel soort specifieke sluipwespen, op het toneel die degelijke rupsen aanvallen.

Sluipwespen zijn totaal andere wespen dan die welke op jam, stroop en andere lekkernijen afkomen. Sluipwespen kunnen eieren leggen in dergelijke rupsen. Uit die eieren komen kleine larven die het binnenste van de rups opreten. Kort voordat de rups gaat verpoppen komen de larven naar buiten en verpoppen. Zo’n rups sterft. Uiteindelijk komen daar weer sluipwespen uit die de volgende generatie rupsen aanvallen.

Doordat de eiken in het park niet dichtbij huizen staan, en de rupsen in die bomen daardoor minder overlast geven, is het park een goede locatie waar dergelijke wespjes zich zouden kunnen ontwikkelen. Laten we hopen dat dat ook gebeurt.

Rinny E. Kooi, bioloog

Brandnetels en berenklauw in het Roomburgerpark

Eén van de bezoekers van deze site laat zich enigszins laatdunkend uit over de wat hem betreft te veel voorkomende brandnetels en berenklauw in het Roomburgerpark. Hij heeft gelijk dat deze gedijen op een stikstofhoudende bodem. Hij vergeet dat ze ook voorkomen op minder stikstofhoudende grond. Dat een bodem voedselrijk is (d.w.z. stikstofhoudend) kan veel oorzaken hebben. Er is stikstofneerslag uit de lucht maar ook de uitwerpselen van bv. honden en katten dragen er aan bij. Eigenlijk is de bodem van onze wijk met het vele (vooral particulier) groen overal te voedselrijk.

We zijn er in het algemeen snel bij om ‘onkruid’ weg te halen, zoals dus ook de brandnetel en berenklauw. De reuze berenklauw is een gevaarlijke plant en moet worden verwijderd, de inlandse niet. In onze tuinen worden deze planten bijna niet aangetroffen. Maar uitgerekend in delen van het Roomburgerpark horen ze echt thuis. Als er in of in de nabijheid van onze wijk deze planten niet zouden groeien zouden er veel minder vlinders zijn. De rupsen van vlinders als landkaartje, dagpauwoog, gehakkelde aurelia, atalanta en de kleine vos eten alleen maar brandnetels. Ik zie deze vlinders in onze wijk rondvliegen. Ook de inlandse berenklauw is een voedselbron voor rupsen.

Biodiversiteit heeft niet uitsluitend te maken met het aanwezig zijn van bepaalde planten in het Roomburgerpark. Met Helias Udo de Haes heb ik dat uitvoerig geschreven aan de raadsleden. Biodiversiteit is het samenspel van groen en alle levende organismen. Als we nu al gaan beginnen met het weghalen van de bereklauw en de brandnetel, waar sommigen zich aan ergeren, is dat precies de manier om de biodiversiteit in het park af te breken. Dan doen we precies wat het in de Raad aangenomen amendement wil uitsluiten.

Rinny E. Kooi, bioloog