Appelbomen

Dichtbij het voetbalveldje staan in het gras drie appelbomen. In het voorjaar, als de bomen bloeien, worden ze door insecten bezocht. Het resultaat daarvan zie je in het najaar als de zure appels aan de takken hangen of onder de bomen op de grond liggen.  

De bomen staan heel scheef en het lijkt alsof stormen proberen hen om te waaien. De wind heeft beslist invloed gehad op de ‘scheve houding’ van de bomen.  Met hun wortels houden ze zich heel goed vast aan in de grond. Ik vermoed dat de vroegere ophoging hier in het park met zware klei veroorzaakt dat de wortels niet diep de grond in kunnen dringen, dat ze zich voor een deel horizontaal in de bovenste grondlaag verspreiden.  

De bomen zijn een voorbeeld van jarenlange samenwerking. Samen trotseren ze de storm en blijven overeind. 

Rinny E. Kooi, bioloog

De Wilgenhoutrups

In de oude populieren in het Roomburgerpark zitten onder in de stam ronde gaten van ruim twee centimeter. Dat zijn de ingangen van gangen die wilgenhoutrupsen (Cosses cosses) maken. Dergelijke gangen zitten in loofbomen, vooral in wilgen en populieren en eiken.  

Mevrouw de wilgenmot legt haar eieren op zachte delen van de boom. Jonge rupsen eten het zachter hout, oudere, met sterkere kaken, eten ook in het harde gedeelte. Bomen kunnen aan deze vraat bezwijken maar gelukkig lang niet alle.   

Deze rupsen worden ca 9-10 cm lang en ruim 1 cm dik.  De wilgenhoutrups is de grootste rups die in Nederland leeft. Deze rupsen zijn niet vaak te zien. Ze leven 3 á 4 jaar in een stam en komen dan tevoorschijn. Ze zijn dan op zoek naar een veilige plaats (vaak in schors) om te verpoppen.  

Ze zijn heel mooi en ruiken naar azijn.  Toen ca. 2 jaar oud zag ik voor het eerst zo’n rups en ben dat nooit vergeten. De rupsen zijn kaal, hebben een oranje/rose kleur en aan de rugzijde grote bruine vlekken. De vlinders zijn niet opvallend en hebben een schutkleur. Zij leven slechts enkele dagen, paren, leggen eieren en sterven. Ze hebben geen roltong om zich te voeden.  

Rinny E. Kooi, bioloog

De Watergentiaan

In de maanden juli en augustus zijn in de vijver van het Roomburgerpark gele bloemen te zien. Veel mensen denken dan aan de gele plomp. De bladeren daarvan zitten gedeeltelijk onder water en zijn doorschijnend lichtgroen en gegolfd en de grote drijfbladeren zijn donkergroen. De bloemen zitten op een steeltje dat boven het water uitsteekt. De waterplanten in deze vijver zijn heel anders.  

We hebben te maken met de watergentiaan, Nymphoides peltata. In de vijver is hij volop aanwezig. Nederland is als het ware een bolwerk in het noordwestelijk deel van zijn verspreidingsgebied. Vanaf de oever zien we cirkelvormige drijfbladeren met een hartvormige voet. Zij zitten met lange stelen vast aan de stengels. In de bodem van de vijver verspreiden de stengels zich wortelstokachtig.  

De bloeiwijze bestaat uit schermvormige gele bundels die in de oksels van de bladeren zitten. De bloemen bloeien maar één dag. Na die ene dag verwelken ze en verschijnen er een nieuwe bloemen. Zij bevatten nectar en worden door hommels, andere bijen en waterkevers bevrucht. De plant vormt platte waterafstotende zaden komen die een hele tijd op het water kunnen blijven drijven. 

Rinny E Kooi 

Bioloog 

Gemeente ‘betreurt’ de gang van zaken rond noodbrug Roomburg

Eerder verscheen er in het Leidsch Dagblad een artikel over de tijdelijke brug over de Van Vollenhovenkade die zonder vergunning is aangelegd. De gemeente laat nu weten deze gang van zaken te betreuren in het Leidsch Dagblad van 4 augustus. De bewoners van de Assertstraat ontvingen hierover deze brief.

Klik op het artikel om deze te vergroten
Klik op de brief om deze te vergroten

Knieën van de moerascipres

Op ieder de klein eilandje in de vijver is ruim 25 jaar geleden een moerascipres  aangeplant. Een kenmerk van die bomen is dat ze op hun wortels knieën ontwikkelen. Die zijn niet altijd goed te zien. Inmiddels zijn ze heel goed te zien bij de bomen op de eilandjes. De functie daarvan is onduidelijk. Ze zouden belangrijk kunnen zijn voor de stabiliteit van die bomen of ze zouden belangrijk kunnen zijn voor de ademhaling. Het is nog nooit wetenschappelijk onderzocht. 

Rinny E. Kooi, bioloog